Een van de in Amsterdam zo beruchte carriers.
Oude reclame voor Wijnhandel Atian.
K. A. Goedkoop.
7
De heer K. A. Goedkoop was directeur
van Gall Gall van 1973 tot 1976,
als opvolger van de heer R. A. M.
Vlasman en zegt:
’Allereerst denk ik aan het
teamverband, dat erg goed was,
waarbij je moet bedenken dat ik al
zeven jaren bij Gall Gall werkzaam
was - als filiaalmanager - en dus al in
dit team functioneerde. Het met
elkaar een ’klus’ doen is het eerste dat
mij te binnen schiet. Ook had ik
natuurlijk veel te maken met de
filiaalbeheerders, die stuk voor stuk
geweldige individualisten zijn, met
eigen ideeën hoe ze hun winkel
moeten leiden en hoe ze daar de
maximale omzet uit kunnen halen.
Het was indertijd mijn taak om door
gesprekken en het uiteenzetten van de
beleidslijn te proberen al die ’koppen’
dezelfde kant uit te krijgen. En dat
vond ik verweg het leukste deel van
mijn werk.
Het fascinerende van het directeur
zijn van Gall Gall is, dat het een
van de beste leerscholen is die je kunt
hebben voor een eventuele verdere
loopbaan binnen het bedrijfsleven.
Het is nl. een middelgroot bedrijf,
d.w.z. redelijk overzichtelijk, maar het
heeft toch alle facetten in zich
waarmee een manager te maken krijgt.
Een ondernemingsraad, personeels
beleid, logistiek, verkoopbeleid,
financiën en marketing, plus de
contacten naar buiten, zoals naar
vakorganisaties en collega-winkel-
bedrijven. Ik heb daar enorm veel
geleerd.
Wat ik ook leuk vond is datje sterk
betrokken was bij het privé-leven van
het filiaalpersoneel, omdat zij meestal
dienstwoningen hadden, boven of
achter de winkel. Je kreeg dan te
maken met de woning wordt te klein,
omdat er weer een kleine is geboren
of het keukenkastje is kletsnat omdat
de leidingen lekkenOok dat moest
je tot oplossingen brengen en
daardoor leerde je iedereen goed
kennen. Als ik de lijst met filialen
onder ogen krijg kan ik over iedere
winkel wel een boek schrijven! Achter
elk winkelraam zie ik mensen en zit
■wel een verhaal.’
Mijn herinnering aan de Gall Gall-
tijd is boordevol beelden: rooie Henk
op een overladen volle bakfiets
(zonder motor!) tegen een steile brug,
het bottelen van Spaanse wijn op
le Kerstdag met kantoorpersoneel en
vertegenwoordigers als etiketteerders
(alle etiketten scheef), de bordeaux
rode driewielbromfietsen op 2 wielen
in de bocht om ’de gezelligheid thuis
te brengen’, onze eerste lopende band
in Duivendrecht (de trots van de
firma), de IBM 1130 die op het
allerlaatste nippertje toch ging
draaien, de wijnkelders in het
oud Entrepot-dok, waar je niet met
heftrucks kon werken maar wel prima
je hoofd kon stoten enz. enz.
En tenslotte die paar zeer bewogen
jaren bij Bols, toen we Tivoli en
Gall Gall tot één bedrijf
integreerden.
In totaal waren er in het begin
155 winkels, waarvan er velen te klein
bleken om gehandhaafd te blijven.
De afzonderlijke voorvallen echter
zijn niet zo belangrijk. Mijn
herinnering aan Gall Gall is er een
aan een periode van dag en nacht
werken, maar dat met bijzonder veel
plezier, aan fantastische en geweldig
gemotiveerde medewerkers en vooral
aan succes. Ik heb nog het idee dat
eigenlijk alles ons lukte.
Het was geweldig, het was een mooie
tijd!
Overigens: ik weet nu al dat ik net zo
zal terugkijken op mijn huidige werk.
Er lukt weer het een ander