WAARAAN
DENKT U HET ALLEREERST
Mr. J. Goppel.
Eindelijk Gall Gall
Atian, Doni
R. A. M. Vlasman.
6
’Welaan, jongen, geld verdienen is
heel eenvoudig: je koopt iets in voor
10 cent, verkoopt het voor 12 en
Dit gaf leuke mogelijkheden: de
prijzen waren nog relatief laag en je
kon, als je critisch selecteerde, voor
weinig geld een behoorlijke kwaliteit
wijn laten bottelen en voor een
aantrekkelijke prijs aanbieden.
Het winkelbedrijf was een onderdeel
(wél een troetelkind!) van een groep
bedrijven: groot- en kleinhandel,
fabricatie en import van gedistilleerd
en wijnen. Het troetelkind in die zin,
dat de interessen van het winkelbedrijf
altijd voorrang hadden.
De heer Vlasman werpt zijn terugblik
vanuit zijn huidige woonplaats Neuss
in Duitsland en bericht ons:
maakt minder kosten dan 1 cent
En zeer belangrijk je moet die drie
bedragen niet verwisselen! Dat zei
mijn vader mij, toen ik mijn
beroepsleven begon in de zaak die
later Gall Gall zou heten.
De heer Goppel antwoordde:
’Aan de jaren 1962-1969, toen ik
belast was met de leiding van de
voormalige Tivoli-filialen, Dit was
een periode van groei. Iedereen in
Nederland had werk, de inkomens
groeiden en de bestedingen namen
toe. De mensen gingen reizen en
ontdekten o.a. de genoegens van
wijndrinken.
Een paar verdere voorvallen hebben
natuurlijk een bijzondere plaats in
mijn herinnering.
De bekende Talaveira-sherry (een
creatie van mijn voorganger Schilling)
is daar een nog levend voorbeeld van
en ik bewaar nog steeds goede
herinneringen aan gezellige proeverijen
aan de de Ruyterkade met de heren
Peeters, Veeger en Rog.
Aan de verkoopkant waren de
promotiemogelijkheden beperkt,
doordat de Tivoli-slijterijen elk onder
eigen naam opereerden. Daar stond
tegenover dat wij in die tijd het aantal
Tivoli-winkels konden opvoeren van
48 naar 87. Toen Gall Gall tot het
Bols-concern toetrad konden deze
zaken onder de naam Gall Gall
ook naar buiten toe als behorende tot
een grootwinkelbedrijf worden
geëxploiteerd, met alle voordelen van
dien.
Mijn allerbeste wensen voor de groei
en bloei van Gall Gall!’
Die naam kwam toen binnen de
kortste keren op de gevels van alle
winkels te staan en we doopten ook de
overkoepelende N.V. om in
’Gall Gall’. Vanaf dat moment
werd het winkelbedrijf een echt
filiaalbedrijf dat als zodanig uniform
optrad met gelijke inrichting, reclame
enz.
En zó eenvoudig hebben we het
eigenlijk altijd gedaan, hoewel mijn
Gall Gall-tijd natuurlijk de nodige
afwisseling bood: af en toe een beetje
onweer, een beetje moeras, maar
vooral veel zon en wind in de rug. Ik
ben lang, bijna 18 jaar, met Gall Gall
bezig geweest. Beter gezegd onder
andere met Gall Gall.
Waaraan denkt u het allereerst als u
een terugblik werpt op de periode
waarin u directeur was van
Gall Gall?
Dat was de vraag die de redactie
voorlegde aan een drietal oud-
directeuren. Aan mr. J. Goppel, de
heer R. A. M. Vlasman en de heer
K. A. Goedkoop.
Maar we konden het nooit eens
worden over welke naam nou goed
genoeg was voor alle winkels
Totdat wij, na jaren onderhandelen,
eindelijk de laatste winkel van de heer
Gall aan de Cornelis Krüsemanstraat
te Amsterdam overnamen en daarmee
de traditierijke firma en naam
’Gall Gall’ verwierven.
Allereerst de naamgeving. Wij hadden
op een bepaald moment 24 of 25
winkels, die allemaal zelfstandig
onder een eigen naam gevoerd werden
(waaronder de meest vreselijke namen
zoals Atian, Le Midi, Doni of ook wel
mooie zoals Signorgo) en dat werd
lastig, o.a. met reclame en het was
niet efficiënt, omdat we ons gewicht
als filiaalbedrijf niet konden inzetten.