A J
H. J. J. Veeger: van kroontjespen tot computer
Ik geloof in de toekomst
14
Volgens de heer Veeger loopt de
administratie nu gesmeerd. De enige
moeilijkheid is de minimale bezetting,
die problemen kan geven als iemand
ziek wordt. Als de hoeveelheid
mensen vergeleken wordt met de
Ruyterkade, waar alleen al voor de
administratie rond 20 mensen
werkten, dan is het bijna
onvoorstelbaar wat de mechanisatie
voor de administratie heeft betekend.
De heer Winnubst werkte bij Gall Gall
en werd hoofd van de interne
filiaaladministratie, ik werd hoofd
administratie buitendienst, d.w.z. het
administratieve gebeuren in en naar
de filialen toe, kwam onder mijn
verantwoordelijkheid. In 1971
verhuisden wij van de Ruyterkade
naar Nieuw-Vennep en daarna zijn de
computersystemen steeds verder
Bij Tivoli opereerden de slijters vrij
zelfstandig. Niemand mocht nl. weten
dat de zaken van Bols waren. De
slijters kochten zelf in, behalve dan
het gedistilleerd van Bols. Met de
Ferwerda Tieman zaken kwam een
ander administratief systeem mee,
terwijl Schaefers Würdemann al een
gemechaniseerde filiaaladministratie
had. Om iedereen in één keurslijf te
persenwij hebben er grijze haren
van gekregen!
Over de toekomst zegt de heer Veeger:
Tn het hele slijterij-gebeuren is
ontzettend veel veranderd. Dat is
begonnen in 1967 met de eerste witte
slijters. Daarna werd in 1972-’73 de
prijsbinding losgelaten. Er moest
gigantisch worden gesaneerd in de
hele organisatie. Wij hebben als
Gall Gall het enorme voordeel
gehad dat wij een dochter zijn van een
groot concern, dat een apparaat had
én de know-how om de administratie
te veranderen en ook commercieel
gezien de middelen had om te
investeren. De manier waarop dit bij
Gall Gall is gebeurd, is voor de
filiaalbeheerders niet eenvoudig
geweest, maar ik ben blij dat het is
gebeurd, anders hadden wij hier niet
gezeten.
Ik geloof in de toekomst. De
omzetgulden moet weliswaar duur
worden verdiend en ook het
personeelskostenaspect is een groot
probleem, maar dat heeft de
concurrent ook.
Ik houd vertrouwen. Wij moeten het
als dochter van Bols kunnen redden’.
De heer H. J. J. Veeger (50 jaar) kwam op 1 februari 1958 als assistent van
de heer C. A. Peeters op de administratie van Wijnhandel Tivoli, de
slijterijenketen van Bols.
Thans is hij hoofd van de administratie van Gall Gall. In zijn ruim 25-jarige
loopbaan is er op administratief gebied heel wat veranderd: van handwerk
naar computer; van twintig man naar een mannetje (vrouwtje) of vijf; van
permanente achterstand naar ’bij’; van chaos naar orde.
H. J. J. Veeger.
Naast de interne onderdelen van de
administratieve organisatie in zowel
Haarlem als Nieuw-Vennep beschikt
Gall Gall over een aantal
medewerkers in de buitendienst, die
de administratieve werkzaamheden ’in
’t veld’ onder hun hoede hebben. De
samenwerking tussen alle administratieve
medewerkers is goed en iedereen staat
zijn mannetje/vrouwtje om de
resultaten van Gall Gall tijdig op
tafel te krijgen.
In 1969 kwamen er 51 filialen bij van
Gall Gall (inclusief Schaefers
Würdemann) en via Oud hadden wij
er nog eens 15 filialen van Ferwerda
Tieman bijgekregen. In totaal zaten
wij toen op 155 winkels, die allemaal
op één hoop werden gegooid.
De administratieve systemen van deze
organisaties liepen erg uiteen, een
uniformiteit was noodzakelijk.
Alles werd geïntegreerd op de
Ruyterkade te Amsterdam, de
vroegere distilleerderij van Chrispijn;
het is duidelijk dat er problemen te
over waren.
verfijnd. Leuk is het dat in die periode
binnen het concern de administratie
van Gall Gall altijd als eerste haar
resultaten beschikbaar had.’
De heer A. G. M. Winnubst is
momenteel hoofd van de administratie
van Bols en de heer Veeger hoofd van
de administratie van Gall Gall, die
praktisch geheel is geïntegreerd in de
Bols administratie. In 1982 verhuisde
het hoofdkantoor van Gall Gall
naar Haarlem (voornamelijk ingevolge
het project logistiek), waardoor in de
praktijk voor de heer Veeger een
moeilijke situatie ontstond.
De heer Veeger vertelt
’Toen ik in ’58 kwam had Wijnhandel
Tivoli ongeveer 35 filialen en het was
één grote administratieve puinhoop.
De balans van 1956 moest nog
worden gemaakt! Ik heb in dat eerste
jaar keihard meegewerkt om te
proberen die achterstand in te halen,
maar doordat er steeds maar weer
filialen bijkwamen, lukte dat niet.
Een reorganisatie was noodzakelijk en
ik weet nog goed, dat er - toen ik
terugkwam van vakantie - acht
meisjes werden binnengehaald. Alles
werd met de hand gedaan, als ik daar
nog aan denk
’Om goed te kunnen functioneren
moet ik regelmatig in Nieuw-Vennep
zijn, o.a. voor de weekstaten
administratie. Ook voor contacten met
de heer Winnubst en het Reken
centrum is mijn aanwezigheid
regelmatig noodzakelijk. Het gevaar is
dat bij een goed gemechaniseerde
administratie de vanzelfsprekendheid
een rol gaat spelen. Een groeiende
gedachte is dat in zo’n administratie
alles vanzelf kan, hetgeen natuurlijk
niet het geval is.
Overigens is de verhuizing naar
Haarlem een goede zaak geweest
Trouwens het hele project logistiek.
Er waren in het verleden problemen
met de magazijnen. Je had
Duivendrecht, Haarlem en Nieuw-
Vennep. Nu komt alles voor de
filialen uit Haarlem. Sinds de
logistieke reorganisatie zijn de kosten
per fles van f 0,40 in 1982
teruggebracht naar ƒ0,15! Zonder de
logistieke reorganisatie zouden de
kosten in 1983 zelfs f 0,49 zijn
geworden. Reken maar uit wat dat
scheelt.’
ui
d