J. E. C. van Woerkom. 13 Ik ben niet pessimistisch, maar wel eens bezorgd. Misschien is dat een kwaal (of voorrecht) van de oudere werknemers in ons bedrijf, waar - terecht of onterecht - m.i. niet voldoende rekening mee wordt gehouden.’ De heer J. E. C. van Woerkom (filialenmanager) is optimistisch gestemd ten aanzien van de toekomst. Hij weet het zó te verwoorden: we moeten slimmer zijn dan de omstandighedenals anderen het moeilijk hebben, hebben wij des te meer kansgaat men minder met vakantie, dan consumeert men meer thuiseen gezonde moeder, een gezonde dochter, wat wil je nog meerals we maar snel inhaken op alle veranderingen, kunnen we vertrouwen hebben in de toekomst. ‘We hebben in de afgelopen jaren wat versneld moeten sluiten, omdat er forse verliesposten moesten worden afgestoten. Dat had wel het grote nadeel dat het verlies in omzet niet voldoende werd gecompenseerd door nieuwe projecten. In het aantal sluitingen en te openen filialen is nu meer evenwicht gekomen en wij verwachten voor de komende jaren niet meer die forse ingreep in het filialenbestand. Je kunt tenslotte de omzet niet blijven afbreken, wantje hebt volume nodig om ook op andere fronten behoorlijk te kunnen werken. Denk maar aan de logistiekkosten. De verwachting is dus dat het aantal te openen en sluiten filialen verder in evenwicht zal blijven, met op langere termijn toenemende omzetten.’ Er heerst een felle concurrentiestrijd, want de grootwinkelbedrijven met hun slijterijketens weten goed wat knokken is. Wij vragen de heer Van Woerkom hoe de kansen van Gall Gall zijn in deze strijd. ’Ook al kunnen wij dikwijls niet die lage prijzen hanteren als de grootwinkelbedrijven, toch geloof ik dat wij klanten kunnen binden, omdat onze winkels veel ambiance hebben, goed zijn ingericht en beschikken over personeel met vakkennis. De advies functie komt daardoor goed tot uitdrukking. Dat alles moet een mogelijk nadeel van de prijs compenseren. Je ziet dat dit kan aan bijv. Albert Heijn. Veel bedrijven zijn goedkoper dan AH, toch heeft AH een leidende positie in het ‘food- kanaal’ en dat kom door de ambiance enz. Winkelen bestaat echt niet bij een prijs alleen en dat kan ik bewijzen: in de laatste maand van ’83 lag de omzet in onze winkels 10% hoger dan in december ’82 en dat met 10% minder winkels! Dat geeft vertrouwen.’ Er is in dertig jaren veel veranderd. Gelukkig wel, de sociale zekerheden zijn voor de meesten onder ons redelijk te noemen, maar ik blijf van mening dat in deze tijd de mens als zodanig te vaak klem komt te zitten tussen de wal en het schip. Nare herinneringen vergeet je maar liever, dat is beter voor iedereen, al blijft er altijd wel wat van hangen. Over hangen gesproken In m’n Warmoesstraat-periode werd gelijk vloers via een oude liftkoker bevoorraad vanuit de etages. Het gebeurde dan regelmatig dat de voor dit werk gebruikte krat - met een inhoud van 65 flessen - bleef hangen in de liftkoker, kantelde en z’n inhoud, onder geschreeuw van: ONDERUIT op de begane grond stortte want dat werd vaak op de zondagse rit of wandeling van de familie Vlasman geconstateerd. Persoonlijk contact was directer. Er waren meer mogelijkheden, vooral voor jongeren. Ik ben er wel van overtuigd dat veranderingen noodzakelijk zijn en waren om een groeiend filiaalbedrijf op een verantwoorde manier te besturen, echter ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat men nog wel eens uitgaat van het communiceren per computer. De heer Van Woerkom is in 1977 bij Gall Gall gekomen, nadat hij al ruim 32 jaar in de detailhandel (De Gruyter) had gewerkt. Bij De Gruyter heeft hij vele functies vervuld, in hoofdzaak in het operationele gedeelte, dus naar de winkels toe; vandaar dat de overgang naar Gall Gall - wegens liquidatie van De Gruyter - voor hem niet zo groot was. Een voordeel van Gall Gall boven een veel groter bedrijf als De Gruyter vindt de heer Van Woerkom dat er minder specialisaties zijn en je dus met veel meer dingen te maken krijgt. De heer en mevrouw Van Woerkom hebben vier volwassen kinderen en wonen in Vught. Dus niet bepaald dichtbij Haarlem. De heer Van Woerkomt rijdt zo’n 60.000 km per jaar, maar hij is dat altijd gewend geweest en vindt het niet erg. Zijn hobby’s zijn pianospelen, tuinieren, antiek, reizen - graag veel reizen! - en vissen op zee. J. E. C. van Woerkom: Winkelen bestaat echt niet bij een prijs alleen Over zijn functie vertelt de heer Van Woerkom: ’Als filialenmanager maak ik deel uit van het managementteam, dus lever ik een bijdrage aan het te voeren beleid. Het filialen-apparaat vormt een belangrijk ingrediënt in het beleid. Daarnaast neem ik bij afwezigheid van Hans Schraders een aantal dagelijkse werkzaamheden van hem over en dat maakt mijn werkterrein wat breder. Voor wat het overige deel van mijn werk betreft, daar sta ik gelukkig niet alleen voor. Naast mij staan de heer Oosterman (acquisitie), de heer Klaus (PZ), 4 rayonleiders en het personeel in de winkels. Het is mijn taak om het beleid in grote lijnen te vertalen naar de winkels toe, waarbij je rekening hebt te houden met de filiaalsituatie, het personeel en je klanten. Je hebt te zorgen dat het beleid goed wordt uitgevoerd, mede gericht op continuïteit.’ Er zijn momenteel 82 slijterijen en 10 Tabac-zaken. Zal dit aantal gehandhaafd blijven?

Gall & Gall | 1984 | | pagina 13