J Jeu de Boules verovert Nederland ——ag dichtst bij de but ligt, werpt net zo lang het toegestane aantal boules totdat hun boule het dichtst bij het doel ligt. Dan is de beurt weer aan het andere team. Het winnende team krijgt een punt voor elke ei gen boule die dichter bij de but ligt dan de best geplaatste boule van de tegenpartij. 26 Gall Gall telen Chenonceau, is ten slotte ook niet in twee da gen gebouwd. Alleen al in dit prachtige slot, waaraan in het begin van de 16de eeuw zo’n acht jaar is ge- Chenonceau, 16de eeuws kasteel over de rivier de Cher. bouwd, kunt u zich al uren vergapen aan een veelheid van historische pracht en praal. U vindt het kasteel zo’n 30 km ten oosten van Tours aan de N76.• eu de boules is een verzamel naam voor di- Echte boules zijn gemaakt van metaal en hebben een ge wicht dat varieert tussen 620 en 800 gram. Elke goede sportzaak verkoopt ze. Ook in ons land stijgt de populariteit van dit Franse ontspanningsspel. Er zijn hier al meer dan 80 pétanque-verenigin- gen aan gesloten bij de Ne derlandse Jeu de Boules Bond: Keizersgracht 648, 1017 ES Amsterdam. Als u 9,- overmaakt op giro 4089931 krijgt u het han dige boek Jeu de Boules van Christian Marty toe gezonden. Wellicht speelt ook u straks mee in de We reldkampioenschappen pétanque. U zou niet - de enige Nederlander zijn. Op vrijwel elk plein in het land van Marianne wordt het gespeeld: jeu de boules. Van oorsprong geen Frans spel. Naar men beweert zijn het de Romeinen geweest die dit spel naar Frankrijk hebben gebracht. verse balspelen waar bij een doel geraakt of zo dicht mogelijk genaderd moet wor den. Het spel dat we in Frankrijk het meest zien spelen, heet pétanque en werd naar alle waarschijn lijkheid pas in 1910 ontwikkeld. De pé- tanque-speler werpt staande of in hurk zit vanuit een kleine cirkel, daarbij de voeten gesloten houdend. Pétanque is een verbastering van pied tan- qué, hetgeen ‘voeten gesloten’ betekent. Men speelt in teams van één, twee of drie spelers. Eerst wordt het te bespelen terrein wat geëffend en van bladeren en takken ontdaan. Dan trekt men met de voet een cirkel van zo’n 50 cm doorsnee. Vanuit deze cirkel gooit het beginnende team een kleine houten bal, zo’n 6 tot 11 meter van de cirkel weg. Dezelfde speler van het team probeert nu zijn boule zo dicht mogelijk bij de but, het doel te werpen of te rollen. Een lid van het andere team mag nu trachten zijn boule nóg dichter bij de but te laten stop pen. Of de boule van zijn tegenstander te raken en daardoor zo gunstig mogelijk te verplaatsen. Het team wiens boule niet het

Gall & Gall | 1983 | | pagina 26